De spanningsvolle verhouding die kan bestaan tussen een goddelijke wet en de politieke orde is een actueel thema, hoewel het zo oud is als de mensheid. Deze spanningsverhouding komt duidelijk naar voren bij hedendaagse integratieproblematiek en islamitisch terrorisme, maar was al bekend bij de oude Grieken. Met name in twee tragediën spelen vragen over de verhouding tussen religie en politiek een rol: de Oresteia van Aischylos (525-456) en de Antigone van Sophocles (496-406). In het onderstaande zal deze ik deze tragediën kort uitwerken.
Anarchie is wel de grootste ramp
In een strijd om de heerschappij over de stad Thebe treffen de twee zonen van Oedipus, Eteokles en Polyneikes, elkaar in een tweegevecht. Eteokles vecht aan de kant van Thebe, Polyneikes aan de kant van de aanvallers. In het tweegevecht komen de broers beide om. De heerser over Thebe, koning Kreon, laat Eteokles met alle eer begraven, maar verbiedt uitdrukkelijk, op straffe van de dood, dat men Polyneikes zal begraven. Oedipus’ dochter, genaamd Antigone, bewijst het lijk van haar broer Polyneikes toch de laatste eer, omdat de goden dat eisen. Kreon roept Antigone ter verantwoording en vraagt haar waarom zij zijn wet ongehoorzaam is geweest. Antigone antwoordt hem (in de vertaling van Johan Boonen):
Jouw wet komt niet van de goden. Zij is onrechtvaardig. De goden bedenken zulke wetten niet voor de mensen. Ik weet: Jouw wet is zwak. Jij bent een mens – jij kan de ongeschreven onverbiddelijke wetten van de goden niet negeren. Die zijn niet gisteren bedacht – zij zijn eeuwig. Niemand weet vanwaar zij komen. Ik misken ze niet – ik vrees de goden. Ik vrees jou niet. Ik moet sterven ook zonder jouw wet. Misschien sterf ik vandaag – ik zou het prachtig vinden want al wie in ellende leeft sterft graag. Ik treur niet om mijn eigen lot. Ik treur pas als mijn dode broer niet wordt begraven – dat is mijn verdriet. Wellicht lijk ik je dwaas: maar dan verwijt de dwaas de dwaze dat zij dwaas is.
Kreon veroordeelt Antigone tot de dood. Kreons’ zoon, genaamd Haimon, de verloofde van Antigone, is het echter niet met zijn vader eens. Maar Kreon antwoordt hem:
Wie verwaand is of wie wetten wil verkrachten of wie meent dat hij gebieders mag gebieden moet van mij geen lof verwachten. Het volk brengt iemand aan de macht. Dus het volk gehoorzaamt hem – of het om kleine dingen gaat of om gerechte of om het tegendeel. (…) Anarchie is wel de grootste ramp: zij vernietigt steden – zij ontwricht families zij jaagt bondgenoten op de vlucht. De orde daarentegen maakt het leven veilig voor zijn onderdanen. Daarom: wat verordend wordt moet uitgevoerd.
Maar Haimon zegt dat de mensen Antigone als een heldin zien en haar lot beklagen. Hij meent dat zijn vader niet moet blijven geloven dat alleen wat hij zegt juist is. Wie denkt dat hij alleen de waarheid kent, ‘blijkt een groot hoofd zonder hersens’. Kreon vraagt hem: “Ben ik hier koning of is iemand anders koning?” Maar Haimon antwoord: “Het volk is er niet voor de koning” en “Wat is een koning zonder volk?”.
Als Kreon wordt er uiteindelijk door de ziener Teiresias van overtuigd dat de goden zijn handelwijze afkeuren. Hij gaat Antigone uit haar rotsgraf bevrijden, maar hij is te laat: Antigone heeft zich verhangen. Daarop werpt Haimon werpt zich in zijn eigen zwaard. Ook Eurydike, Kreon’s vrouw, berooft zich van het leven. Kreon blijft in vertwijfeling achter en roept uit: “Laat hem komen god – mijn dood. Doe me geen nieuwe dag meer zien.”
In de Antigone is een duidelijk conflict waar te nemen tussen de eis van de goden en de eis van de wet. De religieuze plicht, vertegenwoordigd door Antigone, botst met de politieke orde, vertegenwoordigd door Kreon. We kunnen hierin een conflict zien tussen – in liberale termen – de private eis van de religie en de publieke eis van de gemeenschap. Het beroep op de eeuwige wetten van de goden is legitiem, maar het beroep op het belang van de orde is eveneens legitiem. In de Antigone wordt dit conflict niet opgelost en blijft slechts de vertwijfeling. Wel is er, met de woorden van Haimon, een richting gewezen om het conflict te overbruggen. Het volk brengt iemand aan de macht, maar het volk is er niet voor de koning en de koning is niets zonder volk.
Verzoening is beter dan wraak
Aischylos’ trilogie Oresteia vertelt het verhaal van Orestes. In het eerste deel, genaamd Agamemnon, wordt verhaald hoe Agamemnon, de Griekse aanvoerder, terugkeert uit Troje. Agamemnon’s vrouw Klytaimnestra vermoordt hem echter in bad, met medewerking van haar minnaar Aigisthos. Hiermee vergeldt ze de dood van haar dochter Ifigeneia, die tien jaar eerder door Agamemnon is geofferd aan de godin Artemis. In het tweede deel, genaamd Choëforoi, treft Orestes, de zoon van Agamemnon en Klytaimnestra, zijn zuster Elektra bij het graf van zijn vader. Hij vertelt haar dat hij via een orakel van de god Apollo opdracht heeft gekregen de dood van zijn vader te wreken. Orestes (in de vertaling van M. d’Hane-Scheltema):
Het machtige orakel van Apollo zal mij niet verraden. Hij dwong mij dit groot gevaar te ondergaan, vuurde mij aan, luid roepend, dreigend met onheil: dat mijn warme hart verkillen zal als ik mijn vaders moordenaars niet najaag op hun eigen wijze, dat wil zeggen: moord om moord. Als ik dat nalaat, zei hij, zal ik boeten met mijn leven, wordt ik achtervolgd door vreselijk kwaad en als een dolle stier steeds verder opgejaagd.
Op bevel van Apollo vermoordt Orestes eerst Aigisthos en daarna zijn moeder Klytaimnestra. In het derde deel, genaamd Eumenides, wordt Orestes achtervolgd door de Furiën, de wraakgodinnen van zijn moeder, die haar dood willen wreken. Orestes vlucht, op aanraden van Apollo naar de stad Athene, waar hij beschutting zoekt bij het beeld van de godin Athena. Wanneer hij Athena ontmoet, wendt hij zich tot haar:
Ik heb mijn moeder – ik ontken het niet – gedood, vergelding voor wat mijn geliefde vader leed. En dan: Apollo was mijn medeplichtige die dreigde met ellende, steken in mijn hart als ik de schuldigen niet zwaar zou laten boeten. Of ik hier juist aan deed of niet – het oordeel is aan u. Ik leg me neer bij uw beslissing, hoe dan ook.
Athena besluit op te treden als rechter en stelt een jury in bestaande uit de beste burgers van Athene. Het proces vindt plaats op de Areopagusheuvel. Orestes, bijgestaan door Apollo, en de wraakgodinnen vormen de twee partijen. Athena brengt haar stem uit voor Orestes. Wanneer de stemmen van de jury staken, wordt Orestes vrijgesproken. De wraakgodinnen zijn furieus over hun nederlaag en dreigen de stad Athene te verdelgen. Athena beweegt hen er echter toe hun plannen niet ten uitvoer te brengen en verzoenen zich met de belofte van blijvende verering in Athene. Zij zingen:
Oproer, onverzadigbaar in het kwaad, mag nooit – bid ik – in dit land gaan tieren. Laat de grond geen donker bloed van de burgers drinken, geen wraaklust vieren in zijn toorn en de stad met moord op moord niet de ondergang in sleuren.
Verzoening is volgens hen dus beter dan wraak.
Ook in de Oresteia is er sprake van een conflict, maar dat is in eerste instantie een conflict tussen verschillende eisen van verschillende goden. Enerzijds is er de eis van Apollo, anderzijds de eis van de wraakgodinnen. De goden vereisen én bestraffen de moorden. Religie brengt hier dilemma’s die niet door religie kunnen worden opgelost. De oplossing wordt hier gebracht door een democratisering van rechtspraak. Recht en rechtspraak zijn niet langer godsoordeel, maar een uitspraak van burgers, vertegenwoordigd door de rechtbank op de Areopagus. Bloedwraak wordt vervangen door rechtspraak, schuld wordt uitgewist door boete. We zouden kunnen zeggen dat de theocratie wordt tot een democratie. In de woorden van filosoof Roger Scruton:
De ontknoping komt uiteindelijk pas wanneer het oordeel wordt overgedragen aan de stad die door Athena gepersonifieerd wordt. Wij worden ertoe gebracht te geloven dat in de politieke orde de gerechtigheid de wraak vervangt en dat onderhandelde oplossingen een eind maken aan absolute bevelen. De boodschap van de Oresteia weerklinkt doorheen eeuwen westerse beschaving: de vrede wordt door politiek en niet door religie veilig gesteld. Wraak is aan mij, zegt de Here; maar gerechtigheid is aan mij, zegt de stad.
Democratie biedt de mogelijkheid tot samenleven zonder bloedvergieten, maar wanneer er wetten worden uitgevaardigd die strijdig zijn met de wet van God, dan is er voor de gelovige een reëel conflict. Welke weg kiezen we? De weg van Antigone of de weg van Athena?
Literatuur
Sofokles, Antigone, Leuven: Acco 2000 (vertaling: Johan Boonen); R. Scruton, Het Westen en de islam. Over globalisering en terrorisme, Antwerpen: Houtekiet z.j.; Aischylos, Oresteia, Amsterdam: Athenaeum – polak & Van Gennep 1995 (vertaling: M. d’Hane-Scheltema); J.H. Nieuwenhuis, Orestes in Veghel. Recht, literatuur, civilisatie, Amsterdam: Balans 2004.
